1. Steek de stekker in het stopcontact en druk op de aan/uit-knop. Het display licht op en toont de actuele temperatuur en luchtvochtigheid in de incubator.
2. Gebruik geen zuren, basen of andere corrosieve stoffen om het oppervlak schoon te maken. De binnenkant van de kamer kan periodiek worden afgedroogd met een droge doek.
3. Temperatuurinstelling: Druk op de temperatuurinstelknop op de schimmelincubator. Het digitale display toont de ingestelde waarde. Draai de temperatuurregelaar naar de gewenste temperatuur, laat de knop los en het digitale display toont de actuele temperatuur in de incubator.Als de actuele temperatuur in de incubator lager is dan de ingestelde temperatuur, gaat het verwarmingsindicatielampje branden en begint de verwarming. Als de actuele temperatuur in de incubator hoger is dan de ingestelde temperatuur, gaat het koelindicatielampje branden en begint het koelsysteem te koelen. Als zowel het verwarmings- als het koelindicatielampje uit zijn, bevindt de incubator zich in een constante temperatuurstand.
4. Als sterilisatie in de incubator niet nodig is, moet de sterilisatieschakelaar op het bedieningspaneel in de stand "uit" staan.
5 Nadat de temperatuur van de schimmelincubator is ingesteld, mag u de temperatuurregelaar niet herhaaldelijk heen en weer draaien om te voorkomen dat de compressor te vaak aanslaat. Dit kan leiden tot overbelasting van de compressor en de levensduur ervan verkorten.
6. Het apparaat heeft twee zekeringkasten aan de achterzijde: een 2A-zekering voor de koel- en verwarmingsbelasting en een 8A-zekering voor de voedingsspanning. Als het apparaat defect raakt, bijvoorbeeld door een storing in de temperatuurregeling, geen verwarming of geen koeling, koppel dan de stroomtoevoer los, controleer de zekeringen en controleer vervolgens de betreffende onderdelen.
7. Vochtigheidsregeling: Druk op de knop voor de vochtigheidsregeling; het digitale display toont de ingestelde waarde. Draai aan de potentiometer voor de vochtigheidsregeling naar de gewenste waarde, laat de knop los en het digitale display toont de actuele luchtvochtigheid in de schimmelincubator. 8. Wanneer de actuele luchtvochtigheid in de incubator lager is dan de ingestelde luchtvochtigheid, zal de bevochtiger de kamer bevochtigen en gaat het bevochtigingsindicatielampje branden. Wanneer de actuele luchtvochtigheid in de incubator hoger is dan de ingestelde luchtvochtigheid, stopt de bevochtiger met werken en gaat het bevochtigingsindicatielampje uit.
8. Bij gebruik op lage temperaturen dient u regelmatig het water uit de lekbak aan de onderkant van de schimmelincubator te verwijderen.
9. Neem bij een storing van de bevochtiger contact op met het dichtstbijzijnde reparatiecentrum dat in de gebruiksaanwijzing staat vermeld.
10. Als de vochtigheidssensor in de schimmelincubator gedurende langere tijd een hoge luchtvochtigheid aangeeft, zal er condensatie ontstaan, waardoor de weergegeven vochtigheidswaarde hoog blijft. Voor nauwkeurige vochtigheidsmetingen dient u de bevochtiger uit te schakelen, de deur van de incubator te openen en de vochtigheidssensor aan de lucht te laten drogen op kamertemperatuur voordat u de incubator weer gebruikt.
11.Installatie van de bevochtiger voor de schimmelincubator: Steek het netsnoer van de bevochtiger in het stopcontact aan de achterkant van het apparaat. Sluit vervolgens de bevochtigingsslang aan op de bevochtiger en zorg voor een goede aansluiting. Vul het waterreservoir van de bevochtiger altijd bij volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing.
12. Wanneer de schimmelincubator niet in gebruik is, dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
13. Als de schimmelincubator gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, dient u het water uit de behuizing te verwijderen.